Vandaag zondag 12 december, wanneer ik deze brief begin te schrijven loopt de lente hier op zijn einde en het beloofd een warme zomer te worden, nu zitten we reeds rond de 30°. De laatste maand is voor ons ontzettend vlug verlopen, de lessen in Acopamec lopen op zijn einde (de 17de is het diplomauitreiking aan rond de 350 afgestudeerden), Maria heeft haar thesis bijna afgewerkt (moet nog nagekeken worden en in een mooie vorm worden gegoten, de verdediging is in maart) en we waren, voor wie het nog niet zou weten, een weekje in België. We troffen het met het weer, berekoud en winters wit, wanneer je een weekje winter zou boeken kan je het niet beter treffen. Velen onder jullie zullen wel raar opkijken bij deze gedachtenkronkel maar ik meen het, voor Maria die nog nooit koud heeft gehad en nog nooit sneeuw, buiten zwarte sneeuw, heeft gezien kon het weder in België niet beter passen. Uiteraard kwamen we niet om te wintersporten maar om Arthur te zien, te knuffelen, vast te houden en te koesteren, Arthur, onze eerste kleinzoon. Hoe heerlijk was het om hem bij ons te hebben en te zien hoe welkom hij is op deze wereld. Hoe hij met grote liefde wordt omringd door mama Nele en papa Wim, door zijn meter en peter, nonkel Bert, zijn andere opa en omas, overgrootvader... . Arthur heeft ons ontroerd, hoe dat kleine ventje ons nu al met zijn kleine pretoogjes volgt en al lijkt te zeggen vovó en vovô, hoe hij de eerste dag precies voelde dat we gingen komen en nog niet wilde slapen, hoe zijn glimlach ons betoverde. Misschien zul je zeggen dat het de euforie is van een eerste kleinkind maar laat het dat dat zijn, men kan het ons niet meer afnemen en nu reeds kijken we uit naar september, het zullen lange maanden worden en misschien zal hij dan reeds lopen. Veel zullen we missen in die tussentijd, zijn eerste brabbels, misschien een eerste kinderziekte, maar telkens zullen we verwonderd en bewonderend zijn bij een nieuw weerzien en al de wonderbare ervaringen van deze week met hem zullen bewaard blijven in ons hart.
Er was nog meer kindervreugde in België, bij de andere Nele en Karel waar we even gelukkige ouders zagen met dochter Armelle. We waren er met papa en de andere grootouders Katrien en Stefaan en bemerkten dezelfde verwondering en bewondering. En hetzelfde bemerkte ik in de ogen van Maria bij het zien van de sneeuw en de stad in een andere gedaante, de vroege duisternis met de kerstlichtjes, de versierde markt en de verlichte etalages van de vele winkels, alles zo anders dan in de zomer. En alhoewel ik hier, ver van dit alles, thuis ben, zal Brugge me toch nooit loslaten en me telkens een gevoel geven van terugkomen. Thuiskomen bij papa, bij Bert waar we vol warmte en genegenheid gelogeerd worden, bij familie en vrienden waar we telkens welkom zijn en ook in het grootseminarie waar ik het gevoel heb er nog maar pas afscheid te hebben genomen.
Hier is de kerstsfeer, waar de plastieken reuzenkerstbomen in de shoppingcentra tot aan de hemel reiken, waar de verschillende papai noels elkaar voor de voeten lopen en de pluchen reeen in isomoschuim rondploeteren, heel anders dan de warmte die er heerst. Het lijkt me nog steeds zo onreëel en alleen de kerststal en de warmte van familie geven me het verlangen om weer kerstdag te vieren en weer te hopen op vrede en geluk voor iedereen.
Winterpret is hier ongekend en voor sommige mensen in Europa is het ver van prettig, maar voor ons was het een warme en onvergetelijke ervaring en ongelooflijk hoe de warmte van zoveel mensen de koude kan verdrijven.
Abraço,
Maria e Guido