Het is de titel van een kroniek, geschreven door João Ubaldo Ribeiro die gaat over 400 jaar familiegeschiedenis en zich afspeelt in Salvador en Bahia. Ik ben het aan het herlezen na zovele jaren. Een geschiedenis van slaven en meesters, veroveringen en onafhanklijkheidsstrijd. Tijdens het lezen vroeg ik me af of de protesten van de laatste weken in Brazilië nog steeds kaderen in deze geschiedenis van slaven, meesters vertaald door bevolking en regering en onafhankelijkheid vertaald door democratie met burgerrechten. De wereld kon er niet naast kijken maar na de islamlanden was het hoogst verbazend dat een zogenaamde economische grootmacht en schijnbaar welvarend land dat fenomeen, van massaal op straat komen, zou meemaken. Een democratisch land en daar wringt het schoentje. Democratie is volgens Lakhdar Brahimi een samenleving waarin de overheid niet uit dieven bestaat en de burgers rechten hebben en dat bestaat tot op heden niet in Brazilië, tenminste niet in praktijk. Die definitie staat heel dicht bij de eisen die in zowel Istanboel, Caïro of São Paulo en Rio de Janeiro worden uitgeschreeuwd.
Met 0,20 centavos verhoogde de burgemeester van São Paulo de busprijzen. Zeer tegen de zin van de burger en dan vooral de studenten die maandelijks schandalig veel schoolgeld moeten betalen en daarvoor geen betere kwaliteit krijgt. Wachttijden voor en na het werk, school, kunnen oplopen tot uren. De bussen raken verzeild in de hopeloze verkeersopstoppingen van steden die niet met het hedendaags verkeer zijn meegroeid en zitten vaak met een 100-tal mensen meer dan vol. Investeringen in nieuwe bussen, metro of trein zijn er al jaren niet gedaan en rijden in een verouderd systeem of rijden helemaal niet zoals al jaren in Salvador. Het protest in Saõ Paulo werd bloedig uit elkaar geslagen door een militaire politie/dictatuur en werd daardoor de wekker die gans Brazilië (eindelijk) wakker schudde. Wat al jaren aan het broeden was kwam nu naar boven, gebrekkig onderwijs, slechte gezondheidszorg en de grote onveiligheid. Maar ook tegen het politiek systeem, de corruptie en zelfs de FIFA deelde in de slagen. Juist in die periode was er de confederale beker, zo'n mini wereldbeker tussen 8 landen met het gastland, de uittredend wereldkampioen en van elk werelddeel een vertegenwoordiger. Oceanië was vertegenwoordigd door voetbalreus Tahiti. De protesten gingen niet zozeer over die beker maar over de enorme kosten die het met zich meebrengt, het bouwen van stadions die nu al het dubbel van het voorziene budget kosten en in de biljoenen oploopt terwijl er niets aan de bouw of infrastructuur van scholen en ziekenhuizen wordt gedaan. En Dilma mag dan zeggen dat het niet met openbaar geld gebeurt geen mens gelooft haar nog als ze de rekeningen niet kan voorleggen.
De finale van de beker stond al op voorhand vast, Brazilië moest winnen al geloofde hier niemand in de kansen van de kanaries na een abomenabele voorbereiding. Spanje leek nog wat tegen te stribbelen tegen de druk van de FIFA en Brazilië maar toen in het hotel waar ze verbleven hun geldbeugels werden gestolen en verhalen opdoken over feestjes met prostituees legde ook deze ploeg zich bij de winst van Brazilië neer. Bij de uitreiking van de beker en het eindfeest geen Dilma te zien, buiten de minister van sport geen enkele regeringsleider. Dilma die uitgefloten werd tijdens de opening hield zich waarschijnlijk bezig met de statistieken met de daling van 27% van haar populariteit. In Salvador werd Jerome Valcke die de wedstrijd voor de derde en vierde plaats bijwoonde uitgejouwd net zoals Blatter tijdens de finale in Rio. De corruptie van de Braziliaanse Voetbalbond en aansluitend de FIFA mag blijken uit volgende feiten:
De voorzitter van de Braziliaanse voetbalbond was de absolute heerser, hij was tegelijk voorzitter van de voetbalbond en van het lokale organiserende comité van de Wereldbeker. Tot hij vorig jaar het land uitgejaagd werd beschuldigd van allerlei onfrisse praktijken. De meest beschadigende aanklacht komt van een Zwitserse rechtbank die Teixeira ervan beschuldigt, samen met zijn schoonvader en FIFA-baas van 1974 tot 1998 João Havelange, 30 miljoen euro smeergeld aangenomen te hebben van het sportmarketingbedrijf International Sports & Marketing, het bedrijf dat in 2002 en 2006 de tv-uitzendrechten voor de Wereldbeker gekregen had van de FIFA. Vandaag woont hij in Florida in een villa met zeven slaapkamers. Maandelijks ontvangt hij nog via een consult contract 50.000 euro van de voetbalbond. Zijn opvolger is Marin, als gouveneur van São Paulo had hij directe banden met de militaire dictatuur en stond achter acties die honderden Brazilianen deed verdwijnen of vermoorden.
‘De Wereldbeker wordt de grootste overval uit de geschiedenis’, zei oud-voetballer Romario vorig jaar. Romario wil dat de winsten van het evenement, geschat op 700 miljoen euro, geïnvesteerd worden in buurtploegen en jongerenwerk, in plaats van in helikopters, jets en nog andere pleziertjes door de heren van de voetbalbond. In een mededeling aan de Braziliaanse minister van Sport schreef Romario: ‘Mijn geachte Aldo Rebelo, het Braziliaanse volk verdient dit niet, help ons een einde te maken aan deze smeerlapperij. Voor een instelling als de voetbalbond, die vrijgesteld is van belastingen, is een belastingdoorlichting hoognodig.' Dus is het niet toevallig dat de FIFA door de Braziliaanse bevolking mee veroordeeld werd voor de corruptie en de schandalige praktijken door de overheid gevoerd. Het kwam zover dat slogans tijdens de demonstraties heel duidelijk vermelden: 'Is uw kind ziek, breng hem naar het stadion'. Een ander mooi pamflet was: 'Japan, neem ons voetbal, wij willen jullie onderwijs'.
De plotse politieke opstand verraste de Braziliaanse politici. Bij aanvang wuifde de burgemeester van São Paulo, Brazilië’s grootste stad die bijna 20 miljoen inwoners telt, het protest nog weg als een onbelangrijk detail. De repressie van de militaire politie kreeg meteen een duidelijk antwoord van het publiek. Binnen enkele dagen tijd was de reactie van het Braziliaanse volk maar al te duidelijk. Tienduizenden arbeiders, studenten en oudere activisten die nog tegen het militaire bewind van 1980 gestreden hadden, vormden één blok. Het massale protest die de straten vulde, schokte het Braziliaanse politieke establishment.
Elke dag kwamen meer en meer mensen op straat, een protest in Rio werd bijgewoond door meer dan 1 miljoen demonstranten. Elk protest begon eveneens te eindigen met vandalenstreken ondanks de blijvende oproep om te betogen zonder geweld. Maar ook de brutaliteit van de politie werd elke dag heftiger. Op de voorpagina van NY Times verscheen een foto van een Braziliaanse politieman die pepperspray in het gezicht van een vrouw spoot, ook al verzette die zich helemaal niet.
Politici van alle partijen waren persona non grata tijdens dit Braziliaanse straatfestival. Toen de politieke CUT-vakbondsvereniging twee vlaggen bovenhaalde tijdens de demonstratie in Rio de Janeiro, jouwde het publiek de afgevaardigden uit en enkele woedende demonstranten verscheurden de vlag van de vakbondsbeweging. Hun pamfletten werden verscheurd en het publiek begon te scanderen: "Geen politieke partijen!". Vorige week, 11 juli, organizeerden de vakbonden hun eigen betoging maar het was in mineur, de massa onafhankelijke betogers hielden zich ver op afstand om een duidelijk signaal te geven dat de politiek helemaal moet veranderen en vooral het feit dat ex-president Lula de betoging in het leven had helpen roepen deed er geen goed aan.
De hele wereld hield protestacties als steun voor de gebeurtenissen in Brazilië. Braziliaanse politici bleken met hun mond vol tanden te staan tegenover het protest. Zelfs Dilma slaagde er niet in om te begrijpen wat rondom haar aan het gebeuren was. In een belangrijke boodschap via radio en TV stelde ze een 5 punten plan voor maar ze kwam niet overtuigend over. Ondertussen heeft het parlement al wel een wet weggestemd die het mogelijk had gemaakt dat corruptie bij politici niet strafbaar zou zijn. De straatprotesten zijn gekalmeerd maar de bevolking is wakker geworden en weet dat ze macht heeft en de mogelijkheid om een echte democratie in Brazilië te laten geworden. Laat ons hopen dat de verkiezingen van volgend jaar eindelijk de weg naar een 'Brasil, pais rico sem pobreza' wordt.