Oi Arthur en Miel,
Staan
jullie schoentjes al klaar? Of is de aandacht voor de goede lieve Sint al wat
verminderd en is de koude kerstman al belangrijker geworden?
Waar
is de tijd, ja, opa is al een beetje oud aan het worden en heeft al veel
herinneringen hoe het vroeger was. Ik zie het nog voor me alsof het gisteren
was, de tijd van Sinterklaas. Toen was het nog de Heilige Sint, en toen we
stilletjes aan het spelen waren, mijn broer en ik, gebeurde het dat er plots
een regen van snoepjes over ons heen kwam vallen. Het was een teken van de Sint,
die ons beloonde omdat we zo braaf waren. Of er stond ineens op de hoek van de
tafel een chocoladebeertje, de Sint was stilletjes voorbij gekomen, we hadden
hem niet gezien of gehoord. Maar het belangrijkste was zijn komst bij ons
thuis, elk jaar opnieuw kwam hij met zijn knecht en met zijn boek. Bij sommige
kinderen kwam hij onverwacht maar wij wisten dat hij op die bepaalde namiddag
of avond zou langskomen. We mochten de stoel klaar zetten waar hij straks zou
in tronen en dan was het wachten, toch wel een beetje angstig want je wist maar
nooit. Toen was hij daar, in onze ogen een grote man met zijn mijter en staf, een
prachtige witte baard en glanzend lang haar. Vergezeld van zwarte piet die
steeds een grote zak bij zich had. Daar waren we doodsbang van en gelukkig
wordt die zak nu gebruikt om de snoepjes en het speelgoed in te stoppen. Toen
diende die zak om de stoute kindjes in te steken. Piet was zwart omdat hij als
knecht van de Sint door de schoorstenen moest kruipen om ’s nachts het
speelgoed te brengen. In de meeste huizen werd toen verwarmd met kolen en
daardoor waren die schoorstenen heel zwart vanbinnen en zwarte piet die kreeg
dat roet nooit meer van zich af, hoe hij zich ook waste en schrobde. Er was
altijd een kans dat je in die zak belandde, dat hangde af van Sinterklaas die
een groot boek bij zich had waarin de namen van alle kindjes stonden, je wist
dus nooit of je braaf of stout was geweest, en vooral wist je nooit of de Sint
het gezien had toen je iets mispeuterd had. Het was dus een bang moment toen
hij zijn boek opensloeg en onze namen zocht. Toen ging zijn vinger in de lucht,
en zei hij: ‘Wat lees ik hier...”, ons hart sloeg een beetje vlugger en ja, elk
jaar had hij toch iets gezien dat beter kon, we hadden broer gepest, een klein
beetje, of we hadden niet goed geluisterd naar mama en papa. Maar het was niet
erg genoeg om in de zak te vliegen en de Sint vond in zijn boek gelukkig heel
wat goede dingen over ons, hoe goed we hadden geholpen bij het opruimen of hoe
we gingen gaan slapen zonder tegen te pruttelen en ook hoe flink we onze
boterhammetjes hadden opgegeten. Bij het heengaan kregen we nog wat snoep en
mandarijntjes. Enkele dagen later, meestal op zondagmorgen, wanneer we
opstonden, stond de tafel in de woonkamer vol met chocolade, marsepein,
speelgoed en mandarijntjes.
Later,
toen jullie mama nog kindje was kwam hij ook bij ons langs. Zwarte Piet was er
toen niet bij en zijn grote boek was hij vergeten. Maar hij bleef telkens een
hele tijd met mama en nonkel Bert vertellen en spelen en een stukje taart eten
met koffie.
Arthur
en Miel, zorg goed voor elkaar en braaf zijn hé.
Abraço
van vovô en vovó.