André, Dreetje, pa, opa,
overgrootvader, manlief, broere, nonkel, peter, priester, padre, vriend, amigo;
je hebt vele namen gekregen en elk van ons heeft je op één of andere manier zo gekend, zo met je geleefd, met je
meegeleefd.
Je hebt
een rijk leven gehad maar het was niet altijd zo. Opgegroeid in de Klaradreve,
in een klein huisje waar het gezin het niet breed had en er was die armoede van
de oorlogstijd. Als oudste van het gezin was je de grote broer en heb je veel
gedragen op je schouders. Je werd al vroeg geroepen door die God die je zo
bemind hebt, de paters woonden in je achtertuin. Moeder wou echter dat je eerst
studeerde en je ging naar de vakschool waar je als uitmuntende leerling de
drukkerstiel leerde. Je ging werken in Desclee, dicht bij huis, en leerde er je
vrouw Godelieve kennen. Het was de tijd van de kajotsters en Cardijn was jullie
inspiratiebron, sociale rechtvaardigheid was het hoofdthema. In die tijd heb je
ook vrienden voor het leven ontmoet.
Je werd
vader van drie kinderen maar al heel vroeg verloor je je vrouw, dezelfde week
dat haar vader overleed. Velen zouden er hun geloof bij verliezen maar je
vervloekte nooit die God. Samen met de kinderen werd er gebeden voor het
slapengaan en nooit, hoe laat ook, kon iemand naar bed gaan zonder een kruisje
te vragen. Het was geen gemakkelijke opdracht als werkende vader twee
jong-adolescenten en een kind van elf op te voeden. Gelukkig stak tante Lies een
handje bij. Enkele jaren na het overlijden van Lieve kwam je terug tot leven.
Het koor van Christus-Koning combineerde je met notenleer, daarna volgde je
engagement in de basisgroepen.
Je bent
echter die roepende God nooit vergeten en toen alle kinderen de deur uit waren
ging je naar het seminarie. Kenmerkend was je volharding en je uithoudingsvermogen; studeren, werken en het huishouden. De laatste twee
jaar van je opleiding liep je ook stage in het AZ Sint Lucas. Na je
priesterwijding stelde je je er ten dienste als aalmoezenier. Je was één van de
weinige priesters die wist wat de vreugde van een geboorte maar ook het
afscheid van een lieve vrouw betekende. Vaak gebeurde het dat je zat te wenen
aan het bed van een zieke. Je had geen
geleerde woorden nodig. Je hield van een eenvoudig maar echt geloof. Na Cardijn
werd Romero je held.
Je
bracht graag mensen samen; familie, buren, de gezinsgroep, je werkmakkers, ook
op de avondjes voor Brazilië, het land dat je hart had gestolen. Ook daar kwam
je samen rond de tafel van
Paulo en Vera met 10, 20, 30, het
kwam er op geen één. Het deed je veel pijn dat je er de laatste jaren niet meer
heen kon. Brazilië was het eindpunt van een wereldreis die je naar Rwanda, Sri
Lanka, Haïti en Indonesië
voerde. Voor alles echter was je en bleef je ook vader, grootvader van 13 en
overgrootvader van 14.
Je
hield contact met de wereld, met iedereen die je, hoe ver ook, ontmoet had. De
laatste jaren was de computer je beste vriend geworden. Mooie foto’s, interessante teksten en al die prachtig vormgegeven
kaartjes, je vergat niemand. Je werk was tot in de puntjes, verzorgd, zoals je
steeds zelf was. Je reizen en je missiewerk zette je verder via internet. Men
wist al dat er iets met je scheelde als er enkele dagen geen berichten kwamen.
Zelfs op het einde, in het ziekenhuis, vroeg je of een Iphone nog nuttig zou
zijn. Zo graag hadden we hem nog enkele jaren gegund
in Home Vogelzang in alle sereniteit
omringd door familie en vrienden… en met zijn computer. Nu zwijgt je mailbox
voorgoed.
Maar je
zal ons blijven inspireren. Wij, kinderen, bewaren nu twee schatten in ons hart, mama en papa.
Vaarwel
André, pa, opa, overgrootvader, vriend, adieu. Je bent nu
voorgoed A Dieu. Hij heeft je voor de laatste keer geroepen, Hij zal nu voor je
zorgen aan de overkant.