sexta-feira, 28 de fevereiro de 2020

TACARATU 2020


Even weg uit de drukte, wij van Salvador naar het binnenland van Pernambuco, Tacaratu. Een stadje waar je ’s nachts wakker wordt gehouden door een meute honden, waarschijnlijk maar met meer dan drie vechtend voor een been. Waar elke buur een haan heeft die zijn uurwerk heeft verloren want hoe kan het anders dat je elk uur van de nacht aan opstaan denkt. Waar Nossa Senhora da Saude in ere wordt gehouden. De zondag, en niet alleen de zondag luiden niet alleen de klokken van de kerk maar klinkt uit de microfoons van de kerktoren in alle windrichtingen gedurende toch wel een half uur de voor de streek gekende Marialiederen, dezelfde als 30, 40 jaar geleden. Ook kan je de ganse mis volgen op kilometers afstand via hetzelfde systeem. Als atheïst moet je hier niet komen wonen. Toch lijkt de volksdevotie in dat stadje wat verloren te gaan. Op 2 februari is er het grote Mariafeest met de voorafgaande 9 dagen de noveen, gebed en vieringen. Maar het feest wordt de laatste jaren overheerst door de opkomende kermisattracties en avondoptredens van populaire artiesten aangeboden door het stadsbestuur, luid, hard, veel drank, cacacha. De eenvoud en de rust van Santa Maria gaat er helemaal verloren in. We kwamen enkele dagen na het feest aan. De weg er naartoe vol putten, straten vol vuilnis en indringende urinegeur op vele hoeken en kantjes van de stad. Niet voor niets vraagt de pastoor vanop de kansel een terugkeer naar de echte waarden van het feest. Het stadsbestuur besteedt miljoenen aan de rumoerige avondoptredens terwijl de bewoners die hogerop wonen (het stadje ligt in een dalletje) dagen zonder water zitten. Terwijl de toegangswegen er kapot bij liggen. Het leek alsof Gods toorn over het stadje kwam want na het feest was er elke avond licht-en klankspel met een vloedgolf aan regen die noch rijk noch arm spaarde. We zagen de ingestorte zoldering van een villa waar eveneens bijna alle meubelen kapot geregend waren maar ook de liters water die de armere mensen uit hun huizen droegen.

We waren hier al enkele malen, de laatste maal 2 jaar geleden. Het valt op dat de kloof tussen rijk en arm weer groter geworden is, dat is niet alleen hier maar in gans Brazilië. Er is hier geen industrie, enkel wat landbouw, keuterboertjes, en veeteelt als je de geiten die langs de weg en soms plots voor je auto springen meetelt. De rijke kaste zijn de nazaten van de vroegere (en hedendaagse) coronels, politici, advocaten en enkele grootgrondbezitters. De weinigen die er in geslaagd zijn hun weg te vinden door hard te studeren (meestal in een grote stad) vluchten weg en zoeken werk in die grote steden. De armere bevolking heeft geluk als ze werk vindt als huishoudster bij een rijk gezin of een rijke oude dame tegen een belachelijk loon, slavernij bestaat nog in Brazilië. Het binnenland van Brazilië en vooral het noordoosten blijft ondanks de vele rijkdom een derde wereldstreek.

Daar voel ik me even tot rust komen, genieten van de omgeving, het stadje ligt midden in een ‘serra’, een berg (heuvel) keten. ’s Morgens heel mistig, ’s avonds met wolken heel kleurrijk. En vooral ‘je kan er boeken lezen…’ niet zoals Kris de Bruyne zingt in Amsterdam ‘je kan er boeken kopen…). Zo dichtbij en toch zover is Tacaratu.

Abraço