Even weg uit de drukte, wij van
Salvador naar het binnenland van Pernambuco, Tacaratu. Een stadje waar je ’s
nachts wakker wordt gehouden door een meute honden, waarschijnlijk maar met
meer dan drie vechtend voor een been. Waar elke buur een haan heeft die zijn
uurwerk heeft verloren want hoe kan het anders dat je elk uur van de nacht aan
opstaan denkt. Waar Nossa Senhora da Saude in ere wordt gehouden. De zondag, en
niet alleen de zondag luiden niet alleen de klokken van de kerk maar klinkt uit
de microfoons van de kerktoren in alle windrichtingen gedurende toch wel een
half uur de voor de streek gekende Marialiederen, dezelfde als 30, 40 jaar
geleden. Ook kan je de ganse mis volgen op kilometers afstand via hetzelfde
systeem. Als atheïst moet je hier niet komen wonen. Toch lijkt de volksdevotie
in dat stadje wat verloren te gaan. Op 2 februari is er het grote Mariafeest
met de voorafgaande 9 dagen de noveen, gebed en vieringen. Maar het feest wordt
de laatste jaren overheerst door de opkomende kermisattracties en
avondoptredens van populaire artiesten aangeboden door het stadsbestuur, luid,
hard, veel drank, cacacha. De eenvoud en de rust van Santa Maria gaat er
helemaal verloren in. We kwamen enkele dagen na het feest aan. De weg er
naartoe vol putten, straten vol vuilnis en indringende urinegeur op vele hoeken
en kantjes van de stad. Niet voor niets vraagt de pastoor vanop de kansel een
terugkeer naar de echte waarden van het feest. Het stadsbestuur besteedt
miljoenen aan de rumoerige avondoptredens terwijl de bewoners die hogerop wonen
(het stadje ligt in een dalletje) dagen zonder water zitten. Terwijl de
toegangswegen er kapot bij liggen. Het leek alsof Gods toorn over het stadje
kwam want na het feest was er elke avond licht-en klankspel met een vloedgolf
aan regen die noch rijk noch arm spaarde. We zagen de ingestorte zoldering van
een villa waar eveneens bijna alle meubelen kapot geregend waren maar ook de
liters water die de armere mensen uit hun huizen droegen.
We waren hier al enkele malen, de
laatste maal 2 jaar geleden. Het valt op dat de kloof tussen rijk en arm weer
groter geworden is, dat is niet alleen hier maar in gans Brazilië. Er is hier geen
industrie, enkel wat landbouw, keuterboertjes, en veeteelt als je de geiten die
langs de weg en soms plots voor je auto springen meetelt. De rijke kaste zijn
de nazaten van de vroegere (en hedendaagse) coronels, politici, advocaten en
enkele grootgrondbezitters. De weinigen die er in geslaagd zijn hun weg te
vinden door hard te studeren (meestal in een grote stad) vluchten weg en zoeken
werk in die grote steden. De armere bevolking heeft geluk als ze werk vindt als
huishoudster bij een rijk gezin of een rijke oude dame tegen een belachelijk
loon, slavernij bestaat nog in Brazilië. Het binnenland van Brazilië en vooral
het noordoosten blijft ondanks de vele rijkdom een derde wereldstreek.
Daar voel ik me even tot rust komen,
genieten van de omgeving, het stadje ligt midden in een ‘serra’, een berg
(heuvel) keten. ’s Morgens heel mistig, ’s avonds met wolken heel kleurrijk. En
vooral ‘je kan er boeken lezen…’ niet zoals Kris de Bruyne zingt in Amsterdam
‘je kan er boeken kopen…). Zo dichtbij en toch zover is Tacaratu.
Abraço
Nenhum comentário:
Postar um comentário